De spreidende provinciale hand
Het hoofdkantoor van het ROC wordt overgeplaatst van Middelburg naar Terneuzen. Dat gebeurt om Zeeuws-Vlaanderen en de daar gevestigde bedrijvigheid te ondersteunen. De provincie en het ROC zelf investeren stevig en ook het bedrijfsleven draagt een flinke steen bij in de kosten, evenals de Zeeuws-Vlaamse gemeenten. Een sterk staaltje van samenwerking en vasthoudendheid!
Tegelijkertijd echter vindt er in Middelburg desinvestering plaats en onderwijswethouder De Vries zet daar begrijpelijkerwijs een vraagteken bij. Ook binnen het ROC zelf is men niet onverdeeld ingenomen met de voorgenomen verplaatsing. Het is een opmerkelijke gebeurtenis. Het kost veel geld (€ 2,7 miljoen) er komt geen arbeidsplaats in Zeeland bij en doet ook nog eens afbreuk aan de arbeidsmarkt in de Zeeuwse hoofdstad. Er tegenover staat dat deze verplaatsing van een onderwijsvoorziening past in het provinciaal beleid om de (krimp)regio Zeeuws-Vlaanderen te helpen. De Zeeuws-Vlamingen hopen hiermee de arbeidsmarkt en vestigingsvoorwaarden voor bedrijven te versterken. Hoe het ook zij, de commotie rond deze verplaatsing is wel een gerede aanleiding om stil te staan bij het vestigings- en spreidingsbeleid van de provincie. Is het doelbewust spreiden van belangrijke voorzieningen over de provincie wel verstandig uit een oogpunt van kwaliteit van de provincie als geheel? Spreiding van voorzieningen kan omwille van eerlijke verdeling over de provincie te billijken zijn, maar tegelijkertijd dreigt versnippering van energie en kwaliteitsverlies. Als historisch voorbeeld in Zeeland is er natuurlijk het Walchers / Bevelands ziekenhuis dat door het spreidingsbeleid aan de rand van de ondergang is gebracht. En ook de treinvoorziening wordt er niet beter op door te eisen dat elk dorp evenwaardig wordt bediend als elke stad. Maar ook meer algemeen kan het verdelingsmes tweezijdig in eigen vlees gaan snijden.
Zo is er, in de eerste plaats, voor het goed functioneren van hogere onderwijsvoorzieningen een zekere mate van concentratie en nabijheid van andere voorzieningen nodig. Dat zijn veelal stedelijke voorzieningen die bijdragen aan het klimaat waarin het onderwijs goed kan gedijen. Te denken aan ander hoger onderwijs, winkels, bibliotheekvoorzieningen, culturele instellingen, gevarieerde werkgelegenheid en dienstverlening en ook de vervoersmogelijkheden (denk ook aan de trein). Het heeft ook te maken met minder meetbare effecten als stedelijke uitstraling en ambiance. Dit klimaatvormende samenstel van voorzieningen bepaalt de aantrekkingskracht van de onderwijsvoorzieningen en kan daardoor nu eenmaal niet overal in de provincie worden geboden. In de tweede plaats ontstaat door een teveel aan spreiding nergens in de provincie een conglomeraat van voorzieningen dat juist door zijn bundeling een meerwaarde kan bieden aan studenten, docenten en het omgevende stedelijke milieu. Er is dus een sterke wisselwerking tussen de voorziening, zijn gebruikers en het omgevende milieu, De praktijk leert dat het vooral de grotere centrale steden zijn waarin deze wederzijdse beïnvloeding goed kan plaatsvinden. Een ieder kan dat met eigen ogen waarnemen in onze Nederlandse middelgrote steden, die beschikken over een concentratie van onderwijsvoorzieningen. Wij zijn in Zeeland niet zo rijk gezegend met dergelijke voorzieningen, simpelweg omdat daarvoor het draagvlak aan bevolking ontbreekt. En om dezelfde reden hebben wij ook niet veel centrale steden met het stedelijk klimaat dat typisch is voor een middelgrote Nederlandse stad. Zijn die er eigenlijk wel in Zeeland? Als wij over steden spreken met een hierbij passende omvang zijn dat er vier. Maar nader beschouwd benadert alleen Middelburg de karakterisering van een centrumstad, en dat op dat op grond van zijn ligging en historische rol als bestuurscentrum. Natuurlijk leidt dat in het historisch zo gefragmenteerde Zeeland wel tot scheve ogen, versterkt door de eeuwenlange gescheidenheid en bijbehorende verscheidenheid van de onderdelen van de provincie. Dat is een politiek en bestuurlijk gegeven, maar daar moet toch echt een keer overheen gestapt worden. De huidige ontwikkeling naar schaalvergroting en concentratie vraagt ook in onze provincie om het maken van keuzes. Willen wij althans ook in onze provincie op tenminste één plek een concurrerend stedelijk klimaat kunnen bieden. Dat geldt voor onderwijsvoorzieningen, maar ook voor andere sociale en culturele voorzieningen die maar beperkt in onze provincie aanwezig kunnen zijn. De functie van onze hoofdstad is aan verzwakking onderhevig door allerlei provincie- uitwaartse tendensen. Zie bijvoorbeeld de uitplaatsing en verschrompeling van vele ambtelijke diensten . Ook de hoofdstedelijke economische structuur is niet bepaald ijzersterk te noemen. De spoeling is behoorlijk dun in Zeeland als het gaat om de kansen voor opleiding en beroep, en de concurrentie in aangrenzende landsdelen- en buitenland - is behoorlijk en wordt niet zwakker. Wil men de kwaliteit van opleiden, werken en vestigen in Zeeland behouden dan zal voor concentratie en verdichting moeten worden gekozen. Dat is dan wel niet zo'n leuke boodschap voor de overige Zeeuwse steden en dorpen , maar zij hebben er alle belang bij dat de hoofdstad zijn positie in het toch al zo perifere Zeeuwse krachtenveld behoudt. Deze les is simpel: Als het licht in Middelburg wordt uitgedaan, gaat het elders niet branden. Het omgekeerde is eerder waar: Hoe harder de lamp in de centrale stad kan branden, hoe meer hij ook uitstraalt naar de omgeving. Natuurlijk is het op het eerste gezicht sympathiek, die spreidende provinciale hand. Een verdelende hand die iedereen iets geeft past bij een zo geografisch verdeeld eilandenrijk als Zeeland, maar het is oppassen dat hij in zijn goedertierenheid geen stad, geen dorp, geen streek echt veel verder helpt. Beter ware het om de schaarse financiële middelen in te zetten voor goed gekozen substantiële ontwikkelingen, die niet ten koste gaan van bestaande kwaliteiten elders in Zeeland. Dat daarbij aan Zeeuws-Vlaanderen extra provinciale aandacht toevalt om de werkgelegenheid, de volkshuisvesting en de voorzieningen te ondersteunen zal wel niemand willen tegenspreken, maar Zeeland is te klein en te zwak voor concurrentie tussen de steden. Afstemming en samenwerking, daarop komt het aan, met erkenning van de specifieke functie van de onderdelen in het geheel.
Henk Licher
Reageer
Om te reageren moet je geregistreerd zijn als MijnPvdA gebruiker.
Spelregels
Wachtwoord of Gebruikersnaam vergeten?